15-09-08

Recidief ...

Men vraagt me “heb je het zelf gevoeld of is het ontdekt bij een routinecontrole?”. Die vraag komt nu heel regelmatig terug… en ik moet zelf zeggen dat ik het beangstigend vind te moeten zeggen dat ik dit opnieuw zelf heb gevoeld.

Dat, als je een arts er niet op wijst dat er een vermoeden van letsel is, hij dat helemaal over het hoofd kan zien of ziet! Had ik niet allert geweest dan was ik weer 3 maanden verder tot aan m’n volgende controle.

Drie weken geleden ‘zat er iets’ wat er niet moest zitten. Niet direct in mijn oksel maar er vlak onder naast de gereconstrueerde borst en naast het litteken van de okseluitruiming. Toen ik het voor het eerst voelde had ik zoiets van ‘dit hoort er niet te zitten’; ‘dit voelt niet aan als littekenweefsel’ en ‘dit lijkt me geen lymfeklier, want die hoort er ook niet meer te zitten; die zijn reeds verwijderd’.

Ik sloeg niet direct in paniek maar al van bij aanvang zei ik tegen M. ‘je zult wel zien, dat is niet goed’. Ik was niet pessimistisch; helemaal niet… maar gewoon ‘realistisch’. Ik voelde ook niet elke dag aan dat ‘plekje’ want misschien beeldde ik het me alleen maar in. Elke drie dagen waagde ik het nog eens te gaan voelen en telkens voelde ik het opnieuw; en telkens een beetje groter meende ik. Pffff… In mei was nog alles goed en nu dit…

29 augustus 3-maandelijkse controle bij de gynaecoloog. Ik zou hem eens laten voelen zonder eerst iets te zeggen over wat ik meende dat er zat… Nee, hij voelde niks bij palpatie (= het bevoelen van de borststreek). Alles was goed volgens hem.

Toen pas vroeg ik hem om nog eens op die specifieke plaatst te voelen. “Hier zo”, pointe ik met de top van wijsvinger. Waar? Hier? “Nee precies hier zo” zei ik weer en hield de top van mijn vinger vlak naast de plek waar hij moest voelen. Aan zijn reactie te horen (en te zien…) wist ik meteen dat het er  niet zo okay uitzag. Het leek niet op littekenweefsel. Maar wat was het dan wel?

10 september : echografie  van de oksel. De radiologe reageerde meteen dat hetgeen er zat er niet hoorde te zitten en dat het vrij duidelijk was dat het recidief  was (i.e. terugkeer van de ziekte).
Ik vroeg haar om ook eens dieper in mijn oksel te kijken want ik dacht er een tweede ‘dingetje’ te voelen (maar een mens voelt zoveel als hij begint te voelen hè….). Inderdaad daar zat nog iets… leek meer op een lymfeklier. ‘Hoe? Lymfeklier? Die waren toch weg…? Niet allemaal dus.  Mogelijks is er toen eentje achtergebleven en HOPELIJK IS DAT NIET INGENOMEN MET KANKERCELLEN…

De punctie kon maar half-half worden gedaan. Het ene gezwel ligt tussen twee aders en het andere vlak naast een slagader. Biopsie met een harpoennaald was helemaal niet aangewezen wegens gevaar voor doorboring van de aders met bloeding tot gevolg. Er werd toen geopteerd voor een  FNAC = Fine Needle Aspiration Cytology. Met een fijne naald wordt geprikt in het te onderzoeken weefsel en worden er zo (kanker)cellen weggezogen. De gynaecoloog had dit liever niet; hij verkoos een biopsie (hier wordt dan een stukje weefsel weggenomen; is betrouwbaarder bij diagnose) maar wegens bovenvermeldde reden werd er dan toch een FNAC uitgevoerd. Van de lymfeklier kon toen geen punctie en biopsie worden uitgevoerd omdat ze zo dicht bij de slagader ligt... Afwachten dus wat het zal geven als het weefsel woensdag weggenomen wordt en er in het lab gekeken wordt hoe het hiermee is gesteld.
Wordt vervolgd…